Méo-Camuzet

De wijnen van dit wijngoed, met zijn thuishaven in Vosne-Romanée, behoren tot de meest gezochte ter wereld. Eind jaren tachtig besloot Jean-Nicolas Méo na zijn studie bedrijfskunde in Parijs niet te kiezen voor een carrière in het bedrijfsleven of de politiek (zoals zijn vader en grootvader), maar zich te ontfermen over het wijndomein in Vosne-Romanée dat de familie al enkele generaties in bezit had. Omdat de familie Méo zich niet persoonlijk bezighield met de wijnbouw, waren de gronden verpacht, voor een belangrijk deel aan de legendarische Henri Jayer. Jayer, die al tegen de zeventig liep, besloot het vak te leren aan Jean-Nicolas. Een betere leermeester kan niemand zich wensen! Al na een paar jaar genoten de wijnen van Méo-Camuzet een enorme reputatie. In de wijngaard worden de stokken streng teruggesnoeid zodat de rendementen laag zijn. Oogsten gebeurt als de druiven perfect rijp (maar niet overrijp) zijn. Bij aankomst in de kelders worden de druiven volledig ontsteeld en ondergaan ze een koude inweking van ten minste drie dagen. Daarna vergisten de wijnen met natuurlijke gisten in betonnen kuipen en rijpen ze op nieuwe eersteklas eikenhouten vaten. Er wordt zo min mogelijk ingegrepen, er vindt alleen pigeage plaats aan het einde van de gisting, zodat het effect van onrijpe pitten te verwaarlozen is. Het lijkt allemaal heel simpel maar dat is het bepaald niet. Alleen het allerbeste druivenmateriaal kan op deze natuurlijke manier verwerkt worden. Kenmerkend voor de wijnen van Méo is de grote intensiteit, de sensuele fluwelen structuur, complexiteit, rijkdom en betoverend parfum. De complexiteit neemt toe na ouderen, maar Méo staat erom bekend dat de wijnen ook jong al heerlijk zijn.