Rotgipfler

De typisch Oostenrijkse Rotgifler druif geeft krachtige, frisse witte wijnen. In de neus herken je het groene fruit van appel en kruisbessen. In de smaak komt het tropische van mango, kiwi en banaan naar voren. Vooral zijn kracht en expressiviteit onderscheiden hem van andere druiven.
De Rotgipfler is het resultaat van een kruising van de Traminer en Roter Veltliner uit 1837 door de Oostenrijker Johann Burger. Wijnen van de Rotgifpler worden vaak al jong gedronken, maar kunnen vrij lang bewaard worden.

Het zijn vrij exclusieve wijnen want je komt de Rotgipfler niet vaak tegen. Er is op de wereld maar 120 hectare mee aangeplant, allemaal in de Oostenrijkse Thermenregion. Daar maken de Oostenrijkse wijnboeren er cépage wijnen van of ze mengen hem met de Zierfandler tot ‘Spätrot-Rotgipfler’.