Merlot

De wereldberoemde Merlot geeft pruimige, soms zijdezachte wijnen met vrij weinig tannines. In de rijpe geur van de Merlot herken je vaak rood fruit als aardbei, zwarte kersen, frambozen, dikwijls pruimen en soms zwarte bessen en vijgen. Zachter dan de Cabernet Sauvignon, voller dan de Pinot Noir.

Over het algemeen kan Merlot het beste binnen een jaar of vier gedronken worden maar allerbeste kunnen wel decennia bewaard worden.

Van origine is de Merlot een echte Bordeaux druif. Meestal wordt hij gemengd met ‘grote broer’ Cabernet Sauvignon. De Merlot maakt zo’n wijn zachter en rijper. In Pomerol en St. Emilion zijn de rollen omgedraaid. Daar is de Merlot de belangrijkste druif en wordt vaak maar een beetje Cabernet Sauvignon of Cabernet Franc toegevoegd. Tot op de dag van vandaag worden hier de beste Merlots ter wereld gemaakt, bijvoorbeeld door iconische wijnhuizen als Château Petrus.

De Merlot dankt zijn populariteit voor een belangrijk deel aan de beginnende Amerikaanse wijndrinker. Met zijn zachte, toegankelijke smaak heeft hij heel wat voormalige bierdrinkers in verstokte wijndrinkers veranderd. Wijnmakers sprongen hier gretig op in. Inmiddels is hij – in steeds grotere aantallen – over de hele wereld aangeplant. Van Frankrijk tot de Verenigde Staten en van Moldavië tot Australië.

Merlot is inmiddels ook uitgegroeid tot de meeste aangeplante druif van Frankrijk. In de afgelopen dertig jaar is hij op grote schaal aangeplant in de ‘nieuwe’ Franse wijnregio’s als de Languedoc en de Provence. Ook in Chili is de Merlot een van de belangrijkste druiven. Chileense Merlot is vaak iets geconcentreerder en uitgesprokener dan de subtielere Europese versies.