Carmenère

De Carmenère druif is werd vroeger veel aangeplant in de Bordeaux en werd daar vandaan naar Chili geëxporteerd in de veronderstelling dat men te maken had met de Merlot. Na onderzoek bleek dat het ging om de carmenère en is nu de druif van Chili. Carmenère is nu het parade paardje van de Chileense wijnbouw.

In Bordeaux werd de carmenère weggevaagd door de phylloxera en daarna vanwege zijn structurele gevoeligheid voor ziekten niet meer heraangeplant. Carmenère heeft veel aandacht nodig en moet letterlijk kort gehouden worden.
Een druivensoort voor rode wijn met een zeer lage opbrengst die erg gevoelig is voor coulure, het door weersveranderingen niet goed verlopen van de bloei met als gevolg een slechte oogst. Na de phylloxera, de insekt die rondom het begin van de twintigste eeuw een ravage had aangericht in de wijngaarden van bijna de gehele wereld, is deze druivensoort bijna niet meer aangeplant in Bordeaux noch de rest van de wereld.

De smaak is vaak te omschrijven als kruidig en peperig met veel fruit als cassis en bessen. Dit geeft over het algemeen een volle stevige smaak met veel lengte en structuur.